Speciale draagrol


Machine bij NDW, close up
   
Home
Organisatie
Intern transport
Draaiend presenteren
Contact

SAT; stuwdrukloos accumulerend transportsysteem

Een stuwdrukloos accumulerend transportsysteem (SAT) is een systeem waarbij producten achter elkaar stilgezet kunnen worden, zonder dat ze kracht op elkaar uitoefenen. Dit om bijvoorbeeld beschadigingen van het product te voorkomen. SAT wordt vooral toegepast als buffering van producten voor afname of bewerking. Elk product wordt zo ver mogelijk naar het einde van de baan getransporteerd. Als een product wordt afgenomen, worden de gebufferde producten doorgetransporteerd totdat de afnamepositie weer bezet is.

Besturingsmogelijkheden SAT
- Besturing met elektrische/pneumatische schakelcomponenten
- Besturing met uitsluitend pneumatische schakelcomponenten

Elektrische volgorde schakeling
Een elektrische volgorde schakeling kan uitgevoerd worden met:
   - conventionele elektrische schakelaars, benaderingsschakelaars of optische schakelelementen (fotocellen);
   - pneumatische 3/2 magneetventielen (Normally Open).

Werking elektrische volgorde schakeling


Als boven fotocel 1 geen product staat, is de schakelaar in de fotocel open. Deze geeft op dat moment geen spanning door aan magneetventiel 1 en fotocel 2 en 3. De perslucht uit de hoofdluchtleiding gaat via ventiel 1 (poort 1A en 1C) naar cilinders L1 en L2. De koppelingen van de rollen zijn dan ingeschakeld en het product wordt getransporteerd. Ditzelfde gebeurt ook bij cilinders L3, L4, L5 en L6. Komt een product over fotocel 3 en 2, dan wordt het doorgetransporteerd doordat er op deze fotocellen geen spanning staat.
Als boven fotocel 1 een product staat, wordt de schakelaar in de fotocel gesloten en geeft spanning door aan ventiel 1 en fotocel 2. Ventiel 1 sluit; de perslucht kan niet meer naar cilinders L1 en L2. De koppelingen van de rollen worden uitgeschakeld en het product staat stil.
Fotocel 2 heeft nu spanning. Als boven fotocel 2 ook een product staat, dan sluit de schakelaar en geeft spanning door aan ventiel 2 en fotocel 3. Ventiel 2 sluit en ook dit product staat stil. Etc.
Wordt het product boven fotocel 1 weggenomen, dan opent de schakelaar en valt de spanning weg. Alle ventielen openen, de koppelingen worden ingeschakeld en de producten worden weer getransporteerd.

Schakelingen
De schakelelementen moeten geschikt zijn om in volgorde te worden geschakeld. Dit is afhankelijk van de toelaatbare spanning en stroomsterkte door het schakelelement en het verlies in de schakelaar. Bij conventionele schakelaars kunnen er een aantal in volgorde geplaatst worden. Bij fotocellen is dit afhankelijk van het type uitgang. De meest gangbare fotocellen hebben een PNP-uitgang waarbij de ingangsspanning verzwakt wordt doorgegeven aan de uitgang. Het signaal wordt zo verzwakt dat de spanning te laag wordt om als voedingsspanning te dienen. Fotocellen met een relaisuitgang hebben dit probleem niet en kunnen tot dertig fotocellen geschakeld worden.

Pneumatische volgorde schakeling
Het kenmerkende van onderstaand schema is het oneigenlijke gebruik van 3/2-ventielen. De ontluchtingspoorten hebben twee functies; ontluchten en onder druk houden van de luchtcilinders als er geen product op de voorliggende productplaats staat. De aandrijving mag pas uitgeschakeld worden als een product het laatste ventiel indrukt en stilstaat.
Op een productplaats moet aandrijving zijn als er luchtdruk is. Zo kan de luchtdruk kracht leveren voor het inschakelen van de aandrijving en wordt bij het wegvallen van de luchtdruk de aandrijving uitgeschakeld.

Werking pneumatische volgorde schakeling


De luchtdruk uit de hoofdleiding gaat via poort 1a en 1c (van ventiel 1) naar luchtcilinders L1 en L2. De koppelingen zijn dan ingeschakeld en het product wordt getransporteerd. Tevens gaat de lucht via snelontluchter 1 naar poort 2b. Op deze wijze gaat ook de luchtdruk uit de hoofdleiding via poort 2a en 2c (van ventiel 2) naar luchtcilinders L3 en L4. Ook deze koppelingen zijn dan ingeschakeld en het product wordt getransporteerd. Ook hier gaat de lucht via snelontluchter 2 naar poort 3b. Etc.

Als een passerend product ventiel 2 indrukt en ventiel 1 niet ingedrukt is, dan krijgen cilinder L3 en L4 luchtdruk door poort 2b en 2c. De koppelingen blijven ingeschakeld en het product wordt doorgetransporteerd. Als product 1 ventiel 1 indrukt, dan krijgen cilinders L1 en L2 geen luchtdruk. De koppelingen zijn uitgeschakeld en product 1 staat stil. Tegelijkertijd krijgt poort 2b ook geen druk. Als product 2 ventiel 2 indrukt, dan krijgen cilinder 3 en 4 geen luchtdruk, ook niet door poort 2b. De koppelingen zijn uitgeschakeld en product 2 staat stil. De luchtdruk uit cilinders L3 en L4 kan ontsnappen via poort 2c en 2b naar snelontluchter 1. Wordt product 1 weggehaald, dan krijgen alle luchtcilinders weer druk en worden de producten weer getransporteerd.

Let op
De 3/2-ventielen moeten voorzien zijn van drie aansluitmogelijkheden en voor dit doel geschikt zijn. Bijvoorbeeld een rolbediend schuifventiel met veerretour.
Snelontluchters worden toegepast om te voorkomen dat er drukgolven in het systeem ontstaan door ontluchtende cilinders. Zonder snelontluchters zouden alle cilinders ontlucht moeten worden via de ontluchting van het eerste ventiel.